Terugverdientijd van zonnepanelen op een bedrijfsdak: zo reken je het na
Een terugverdientijd is geen vast getal. Hij hangt af van wat je betaalt, hoeveel je zelf verbruikt en welke regeling je gebruikt. Met de cijfers van het PBL en de Belastingdienst reken je hem zelf na.
Redactie Zonnepanelen BedrijfsdakStand van 6 bronnen7 minuten lezen
Voor zonnepanelen tot 100 kW piekvermogen komt de terugverdientijd zonder saldering rond de 8 jaar uit, volgens de toelichting bij de Energielijst 2026. Je eigen terugverdientijd reken je na met vier getallen: de investering per kWp, de opbrengst per kWp, de waarde van een kWh voor jouw bedrijf en de jaarlijkse kosten.StcrtPBL
Stand van 16 oktober 2026.
De rekensom in één zin
Een terugverdientijd is het aantal jaren tot de opbrengst de investering heeft goedgemaakt. Voor zonnepanelen op een bedrijfsdak ziet de som er zo uit: de investering, min je fiscale voordeel, gedeeld door wat de panelen per jaar netto opleveren. Netto betekent: de waarde van de stroom min de jaarlijkse kosten.
Geen enkel getal in die som is voor elk bedrijf gelijk. Daarom geven we geen kant-en-klaar antwoord, maar de bouwstenen met hun bron. De meeste komen uit het advies van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor de SDE++. Het PBL rekent daarin voor de overheid uit wat zonnestroom echt kost.PBL
kWp
Kilowattpiek: het vermogen van een installatie onder standaard testomstandigheden. De maat waarin je offertes vergelijkt.
Vollasturen
De jaaropbrengst gedeeld door het piekvermogen. 840 vollasturen betekent 840 kWh per kWp per jaar.PBL
Eigen verbruik
Het deel van je zonnestroom dat je bedrijf zelf direct gebruikt, en dus niet hoeft in te kopen.
Bouwsteen 1: de investering
Het PBL rekent voor een referentiesysteem van 250 kWp op een gebouw met €531 per kWp. In 2025 was dat nog €488.PBL In dat bedrag zitten de panelen, de omvormers, het installatiemateriaal en de arbeid, de elektrische installatie, een productiemeter, de afvalbeheerbijdrage, afschakelapparatuur en de SCOPE 12-keuring.PBL
Investering per kWp volgens het PBL, advies SDE++ 2026
Soort installatie
Referentie
Investering
Op een gebouw, 15 kWp tot 1 MWp
250 kWp
€531 per kWp
Op een gebouw, met lichte dakaanpassing of lichtgewicht panelen
250 kWp
€561 per kWp
Op een gebouw, groter dan 1 MWp
2.500 kWp
€509 per kWp
Bron: PBL, Advies basisbedragen SDE++ 2026, tabel 8.4 (versie 1 juli 2026). Gelezen op 16 oktober 2026.
Een kleinere installatie kost per kWp meestal meer, een grotere minder. Reken dus altijd met je eigen offerte. Het PBL-bedrag is een goede toets: ligt je offerte er ver boven, vraag dan waarom.
Bouwsteen 2: de opbrengst
Het PBL rekent voor zon op een gebouw met 840 vollasturen per jaar in de eerste 15 jaar, en 785 in jaar 16 tot en met 20.PBL Een installatie van 100 kWp levert dan zo'n 84.000 kWh per jaar. Schaduw, een dak op het noorden of vuil op de panelen halen dat omlaag. Een installateur rekent je eigen dak door.
Bouwsteen 3: wat een kWh jou waard is
Hier verschilt elk bedrijf. Een kWh die je zelf verbruikt, hoef je niet te kopen. Je bespaart dan het leveringstarief uit je contract plus de energiebelasting. Een kWh die je teruglevert, levert alleen een vergoeding of de marktprijs op.
De energiebelasting daalt per schijf. Hoe meer stroom je bedrijf afneemt, hoe minder belasting je per kWh bespaart.
Energiebelasting op stroom in 2026, per kWh
Verbruik per jaar
Tarief
Tot en met 10.000 kWh
9,161 cent
10.001 tot en met 50.000 kWh
6,671 cent
50.001 kWh tot en met 10 miljoen kWh
3,735 cent
Bron: Belastingdienst, Energiebelasting, tarieven 2026. Gelezen op 16 oktober 2026.
Heb je een kleinverbruikaansluiting, dan salder je nog tot en met 31 december 2026. Daarna krijg je voor teruggeleverde stroom een terugleververgoeding. Die moet tot 2030 minimaal 50% van het kale leveringstarief zijn.Rijksoverheid Reken dus niet met salderen over de hele levensduur. Rekent je offerte daar wel mee, laat hem dan aanpassen.
Op een grootverbruikaansluiting met SDE++ werkt het anders. De subsidie vult de marktprijs aan tot het basisbedrag, 15 jaar lang. Voor zon op een gebouw van 15 kWp tot 1 MWp adviseert het PBL 9,45 cent per kWh.PBL Zie de SDE++ voor je bedrijfsdak.
Bouwsteen 4: de jaarlijkse kosten
Zonnepanelen kosten ook na de bouw geld. Het PBL rekent voor een systeem van 250 kWp met €15,2 per kWp per jaar: €5 voor onderhoud, €3,4 voor assetmanagement, €3 voor verzekering, herkeuring en beveiliging, €2 voor de netaansluiting en €1,8 onroerendezaakbelasting. Daarbij komt in jaar 13 een vervanging van de omvormer, voor €3.500.PBL
Rekenvoorbeeld: 100 kWp
Een installatie van 100 kWp past precies in de EIA, die tot 100 kW per aansluiting gaat.Stcrt Met de PBL-cijfers ziet de opbouw er zo uit. Let op: het PBL-bedrag van €531 geldt voor een referentiesysteem van 250 kWp.PBL Bij 40 of 100 kWp ligt de prijs per kWp vaak hoger, dus gebruik voor je eigen som de prijs uit je offerte.
Opbouw voor 100 kWp met de PBL-cijfers
Post
Waarde
Investering: 100 x €531
€53.100
Opbrengst per jaar: 100 x 840 kWh
84.000 kWh
Jaarlijkse kosten: 100 x €15,2
€1.520 per jaar
EIA: 40% van €53.100
€21.240 aftrek van je winst
KIA: 28% van €53.100, als dit je enige investering is
€14.868 aftrek van je winst
Rekenvoorbeeld van de redactie met: PBL, Advies basisbedragen SDE++ 2026 (€531 per kWp, referentiesysteem 250 kWp); Belastingdienst, EIA 2026 en KIA 2026. Geen belastingadvies.
Nu vul je je eigen getal in: wat een kWh jou gemiddeld waard is, gezien je eigen verbruik en je contract. Vermenigvuldig dat met 84.000 kWh en trek €1.520 af. Dat is je netto opbrengst per jaar. Deel de investering, min wat de aftrek je aan belasting scheelt, door dat getal. Dan heb je je terugverdientijd.
Komt je uitkomst ver van de 8 jaar uit de toelichting bij de Energielijst, kijk dan welke bouwsteen afwijkt.Stcrt Meestal is het de waarde per kWh: veel teruglevering en weinig eigen verbruik maakt de terugverdientijd langer.
Wat de PBL-cijfers niet zeggen
De cijfers van het PBL zijn gemiddelden voor een referentiesysteem. Ze zijn gemaakt om subsidies te berekenen, niet om jouw offerte te beoordelen. Drie dingen houden ze buiten beeld.
Ten eerste je dak. Moet het eerst versterkt of vervangen worden, dan komt dat bovenop de investering. Het PBL rekent alleen voor een lichte dakaanpassing €30 per kWp extra.PBL
Ten tweede je aansluiting. Het PBL rekent met een netaansluiting van 50% van het piekvermogen.PBL Moet je aansluiting worden verzwaard, of sta je op een wachtlijst, dan verandert de rekensom.
Ten derde de tijd na 15 jaar. Het PBL kijkt 20 jaar vooruit, met in jaar 16 tot en met 20 een lagere opbrengst van 785 vollasturen.PBL Panelen kunnen langer mee, maar reken daar niet op in je terugverdientijd.
Wat de terugverdientijd korter maakt
Meer eigen verbruik. Zet machines, koeling of laden overdag aan, als de zon schijnt.
Wat is de terugverdientijd van zonnepanelen voor een bedrijf?
Voor systemen tot 100 kW piekvermogen komt die zonder saldering rond de 8 jaar uit, volgens de toelichting bij de Energielijst 2026. Je eigen situatie kan anders uitvallen.Stcrt
Wat kost een installatie op een bedrijfsdak per kWp?
Het PBL rekent voor een referentiesysteem van 250 kWp op een gebouw met €531 per kWp, inclusief installatie en SCOPE 12-keuring.PBL
Hoeveel stroom levert 1 kWp op een bedrijfsdak per jaar?
Het PBL rekent met 840 vollasturen per jaar in de eerste 15 jaar. Dat is 840 kWh per kWp per jaar.PBL
Welke jaarlijkse kosten moet ik meerekenen?
Het PBL rekent met €15,2 per kWp per jaar voor onderhoud, assetmanagement, verzekering en keuring, netaansluiting en ozb.PBL